VERHUISBERICHT

Vanaf 18 maart 2024 gevestigd aan;
Grotestraat 173, 5151 BK Drunen

Gevolgen van SEPA/IBAN voor de administratie

Geschreven door Emiel op . Geplaatst in BV, Eenmanszaak / VOF, Nieuws, Particulier, Starters, ZZP-er

De verplichte overgang naar SEPA op 1 februari 2014 houdt meer in dan alleen het vervangen van bankrekeningnummers door IBAN. In de meeste berichten over de invoering van SEPA en IBAN wordt de nadruk gelegd op het vervangen van het huidige bankrekeningnummer door IBAN. Zo wordt het huidige Clieop formaat voor overboekingen en incasso’s vanuit (administratieve) software vervangen door een nieuw formaat en gelden er andere spelregels rondom incasso afhandeling. De gevolgen op een rijtje.

  • Omzetten van bankrekeningnummers naar IBAN en BIC. Bijvoorbeeld voor crediteuren, leden en werknemers. Maak zo nodig gebruik van de IBAN BIC Service (http://www.ibanbicservice.nl/) om voor bestaande Nederlandse rekeningnummers de juiste bijbehorende IBAN en BIC op te zoeken. Voor zakelijke gebruikers is er de IBAN BIC MultiChecker waarmee u van een groot aantal bestaande Nederlandse rekeningnummers in één bestand tegelijkertijd de IBAN en BIC kunt opvragen. Informeer bij uw softwareleverancier(s) naar ondersteuning van deze IBAN BIC Service.
  • De IBAN en BIC vermelden op uitingen als offertes, orders, facturen, websites, e.d.
  • Voor overschrijvingen is er bij de omschrijving ruimte voor 140 posities en de betalingsreferentie biedt ruimte voor 35 posities. SEPA-bestanden kunnen groter zijn. Houdt rekening met de maximum aan te leveren bestandsformaten bij de betreffende banken.
  • Voor acceptgiro’s is sprake van een gewijzigde indeling van de acceptgiroformulieren. Drukwerk moet daarop aangepast worden. Specificaties vindt u op http://www.acceptgiro.nl/. Vanaf 1 juli 2013 kunnen banken de IBAN-Acceptgiro verwerken.
  • Voor IDEAL is er een SEPA variant. Dit is van belang voor ondernemingen die IDEAL gebruiken voor online betalingen, bijvoorbeeld in combinatie met een webshop.
  • Voor incasso’s is de impact het grootst. Zo moet u rekening houden met het volgende: Nieuwe termijnen incasso’s; een eenmalige incasso moet minimaal 5 werkdagen voor de verwerkingsdatum opgestuurd zijn. Voor doorlopende machtigingen is deze termijn minimaal 2 werkdagen en 5 dagen bij de eerste keer. Bekijk of zo mogelijk administratieve processen aangepast moeten worden in verband met de nieuwe verwerkingstijden. Voor incasso moet een ondernemer in elk geval een Europees incassocontract afsluiten met zijn bank, waarbij deze een Incassant-ID ontvangt. Dit geldt ook als een ondernemer al een incassocontract heeft lopen bij de bank. De voorwaarden en bijvoorbeeld contractlimieten kunnen per bank verschillend zijn. Elke ontvangen machtiging voor een Europese incasso moet worden voorzien van een kenmerk. In combinatie met het Incassant-ID zorgt dit kenmerk ervoor dat alle incasso-opdrachten gerelateerd kunnen worden aan een specifieke machtiging. Dit geldt óók voor al lopende machtigingen. Naast het Incassant-ID en het kenmerk moet de datum ondertekening machtiging Europese incasso vastgelegd worden in de administratie. Er moet een nieuw machtigingsformulier ontworpen worden voor de Europese incasso. Specificaties zijn beschikbaar. Het niveau van de machtiging is een aandachtspunt. Zo kan, in geval van verzekeringen, gewerkt worden met een machtiging per verzekerde (voor alle polissen) of bijvoorbeeld met een machtiging per polis. Dit laatste werkt uiteraard door in de administratie. De reden van incasso hoeft niet op de machtiging vermeld te worden. Wel moet de reden, voorafgaand aan de machtiging, duidelijk op een factuur of andere aankondiging vermeld worden. Huidige doorlopende machtiging Bedrijven (zakelijke incasso’s) kunnen niet geschikt gemaakt worden voor SEPA incasso omdat de debiteur geen terugboekingsrecht meer heeft bij de SEPA incasso. Er moet dan een nieuwe machtiging gevraagd aan klanten, waarbij duidelijk is dat geen sprake is van terugboekingsrecht. Bij het doen van incasso is sprake van een verplichte vooraankondiging. De debiteur (klant) moet geïnformeerd worden over het te incasseren bedrag en de exacte datum van incasso. Euro incassobatches worden niet meer standaard via Equens aangeleverd. Informeer bij de bank op welke manier(en) Euro incassobatches aangeleverd kunnen worden. Houdt er rekening meer dat het papieren overzicht met niet gelukte incassoposten en het Verwinfo uitvalbestand van Equens dan vervalt.

Bovenstaande opsomming is niet limitatief en slechts ter illustratie om aan te geven dat de implementatie van SEPA meer betekent dan alleen de installatie van nieuwe software. Zorg dat u op tijd de consequenties voor uw administratie in kaart brengt. Maak vervolgens een stappenplan op basis van de relevante punten en start op tijd met de voorbereiding. Want 1 februari 2014 is dichterbij dan u denkt.

 

Btw-nummer op factuur niet verplicht bij verkopen aan particulier

Geschreven door Emiel op . Geplaatst in BV, Eenmanszaak / VOF, Nieuws, Starters, ZZP-er

Ondernemers hoeven hun btw-nummer niet op de factuur te vermelden bij verkopen aan particulieren. Dit nummer hoeft alleen te worden vermeld als het nodig is.

Het is verplicht om het btw-nummer op de factuur te vermelden bij verkopen aan andere ondernemers. Is de afnemer een particulier? Dan hoeft het btw-nummer niet te worden vermeld.

Uitzonderingen

Hierop zijn een aantal uitzonderingen, zoals bij de verkoop van een nieuw of weinig gebruikt vervoermiddel aan een afnemer in een ander EU-land, bij afstandsverkopen en voor groothandelaren in levensmiddelen, dranken en tandheelkundige grondstoffen of tandtechnische werken.

Heeft de ondernemer een internetsite? Dan is hij ook niet verplicht zijn btw-nummer hierop te vermelden.

Kredieten bij Qredits gaan omhoog

Geschreven door Emiel op . Geplaatst in BV, Eenmanszaak / VOF, Nieuws, Starters, ZZP-er

Minister Kamp start een proef met Qredits-programma waarbij kredieten worden verleend tot honderdduizend euro.

Minister Kamp reageerde hiermee onlangs op D66-Kamerlid Kees Verhoeven die meer aandacht vraagt aan de gebrekkige kredietverstrekking aan het mkb. “Kamp heeft hierover wel gesprekken gevoerd met de banken, maar moet dit actiever doen. Hij wuift de problemen nu weg door te stellen dat hij niet meer kan doen.”

 

Kamp: “De financieringsmogelijkheden voor het mkb hebben juist voor mij een hoge prioriteit. Beginnende ondernemers waarvan de kredietaanvragen door de banken zijn afgewezen, kunnen voor krediet en coaching terecht bij Qredits”, zegt Kamp.

 

Qredits is een samenwerkingsverband van de Nederlndse banken en wordt mogelijk gemaakt door een subsidie van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Fonds Werken aan Wonen. Qredits helpt startende en bestaande ondernemers in het mkb met microkrediet, bestaande uit een zakelijke lening van maximaal vijftigduizend euro. Dit maximum wordt dus nu verhoogd tot honderdduizend euro. “De banken hebben daarnaast aangegeven aanvullende financiering te verstrekken voor kredieten van Qredits onder de vijftigduizend euro”, aldus Kamp.

 

Willekeurige afschrijving op investeringen weer van kracht

Geschreven door Emiel op . Geplaatst in BV, Eenmanszaak / VOF, Nieuws, Starters, ZZP-er

Ondernemers kunnen van 1 juli 2013 tot het einde van dit jaar direct tot de helft van nieuwe bedrijfsinvesteringen afschrijven en van de belasting aftrekken.

Regeling willekeurige afschrijving

Op 28 juni 2013 heeft de ministerraad besloten om een tijdelijke regeling voor willekeurige afschrijving in te voeren voor de vennootschaps- en inkomstenbelasting. Met behulp van deze regeling kunnen ondernemers hun belastingafdracht verminderen de komende jaren. Dit heeft als gevolg dat er extra ruimte gecreëerd wordt voor investeringen.

Inhoud regeling

Willekeurig afschrijven houdt in dat een ondernemer het eerste jaar zelf bepaalt hoeveel van de investering afgetrokken wordt van de belasting. Voorwaarde hiervoor is dat de investering, voor 1 januari 2016 in gebruik genomen wordt. Indien dit niet gebeurt, wordt de willekeurige afschrijving teruggenomen. Uiteindelijk betaalt men evenveel belasting als zonder willekeurige afschrijvingen, maar de regeling levert het bedrijfsleven in 2013 en 2014 samen een liquiditeitsvoordeel van 400 miljoen euro op.

CBS

De bedrijfsinvesteringen daalden volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek in het eerste kwartaal van 2013 met bijna 8%. Voor heel 2013 verwacht het Centraal Planbureau een krimp van 10%. Minister Kamp maakt zich zorgen over een dergelijke krimp. De maatregel van willekeurige afschrijving zorgt volgens hem ervoor dat ondernemers meer ruimte krijgen om te investeren. Dat zorgt voor inkomens en banen die we in deze moeilijke tijden goed kunnen gebruiken.

Staatssecretaris Weekers

Weekers is van mening dat dankzij deze regeling voor willekeurige afschrijvingen bedrijven hun belastingafdracht in 2013 met een aantal jaren uitstellen. Dit zorgt ervoor dat zij zullen beschikken over extra liquiditeiten en een zetje om juist op dit moment te investeren. Dit is niet alleen in het voordeel van ondernemers, maar ook de Nederlandse economie als geheel.

Tijdstip ingang van de regeling willekeurige afschrijving

De regeling gaat per 1 juli 2013 in en loopt tot eind dit jaar. Zowel bedrijven die vennootschapsbelasting als bedrijven die inkomstenbelasting betalen, kunnen er gebruik van maken. Bedrijfsinvesteringen die in de tweede helft van dit jaar worden gedaan kunnen eenmalig tot maximaal de helft willekeurig worden afgeschreven. Normaal is dat een lager percentage. Eerder was een dergelijke regeling van kracht tussen 2009 en 2011.

Vermogensrendementsheffing box 3 blijft voorlopig 4%

Geschreven door Emiel op . Geplaatst in Geen categorie, Nieuws, Particulier

Staatssecretaris Weekers van Financiën is niet bereid het forfaitair rendement in box 3 (al dan niet tijdelijk) te verlagen. Dit heeft hij geantwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Bashir van de SP.

Bij de introductie van de vermogensrendementsheffing is het forfaitaire rendement gesteld op 4%. Deze 4% is het langjarig gemiddelde risicovrije rendement dat een belastingplichtige geacht wordt te kunnen behalen op zijn box 3 vermogen. De Commissie-Van Dijkhuizen kijkt op dit moment ook naar de vermogensrendementsheffing. Weekers wacht af of het eindrapport van de commissie de Kamer aanleiding geeft om de discussie verder te voeren.

Verder is Weekers niet voornemens een voorstel te doen voor de invoering van een vermogenswinstbelasting. De conclusie uit 2001 dat een vermogenswinstbelasting leidt tot grote administratieve lasten en uitvoeringskosten, en dat het ontwijkgedrag minder makkelijk kan worden tegengegaan dan bij een forfaitaire vermogensrendementsheffing, is nog steeds valide.

Lage BTW voor herstel en renovatie

Geschreven door Emiel op . Geplaatst in BV, Eenmanszaak / VOF, Nieuws, Starters, ZZP-er

Per 1 maart 2013 is de btw op herstel en renovatie van woningen en enkele specifieke kosten tijdelijk verlaagd naar 6%. Wat betekent dat voor u?

 

Lage btw voor arbeidscomponent herstel en renovatie

Van 1 maart 2013 tot 1 maart 2014 geldt het verlaagde btw-tarief voor renovatie en herstel van bestaande woningen (ouder dan twee jaar).

Het verlaagde tarief is uitsluitend van toepassing op de arbeidskosten en niet op de bij de renovatie- en herstelwerkzaamheden gebruikte materialen.

 

Renovatie en herstel

Onder renovatie en herstel wordt verstaan: het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden van (delen van) een woning na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming.

Er wordt uitgegaan van een ruime uitleg van het begrip ‘woning’. Zo komen ook woonboten en woonwagens in aanmerking. Ook het onderhouden van tuinen en vernieuwen van tuinen wordt hierin meegerekend.

 

Afronding bepalend voor tarief

Het verlaagde tarief is alleen van toepassing als de werkzaamheden zijn afgerond op of na 1 maart 2013 en vóór 1 maart 2014. De aanvang van de werkzaamheden die uitgevoerd zijn, zijn in dit geval dus niet bepalend.

 

Extra goedkeuringen. Het verlaagde tarief geldt daarnaast voor:

  • Het ontwerpen en vervaardigen van bouwtekeningen door onder andere architecten mits zij tevens de renovatie van de woning begeleiden.
  • De arbeidskosten van op maat gemaakte goederen die een onderdeel gaan vormen voor de woning. Dit geldt zowel voor de op locatie vervaardigde goederen als de in het eigen bedrijf vervaardigde goederen, zoals inbouwkasten, deuren, kozijnen en dakkapellen.
  • De arbeidskosten van hoveniers voor het aanleggen en onderhouden van bij de hiervoor bedoelde woningen behorende tuinen.

 

 

 

Zorgtoeslag blijft in 2014 toch bestaan!

Geschreven door Emiel op . Geplaatst in Nieuws, Particulier

De plannen ten aanzien van de afschaffing van de zorgtoeslag zijn gewijzigd. Het blijkt dat de zorgtoeslag ook in 2014 blijft bestaan, de inkomensafhankelijke zorgpremie gaat dus niet door. Het eigen risico wordt wel inkomensafhankelijk en de restitutiepolis verdwijnt.

Hoe gaat je zorgverzekering er in 2014 uitzien? De basisverzekering krijgt een nominale premie van ca. € 1.300,- per jaar en deze wordt verhoogd tot € 1.500,- per persoon in 2017. De zorgtoeslag is van toepassing indien het inkomen maximaal € 35.059,- is voor alleenstaanen en € 51.691,- bij partners. Bij een te groot vermogen zal vanaf 2013 het recht op zorgtoeslag vervallen.

Eigen risico Het inkomensafhankelijke eigen risico wordt in 2014 ingedeeld in drie groepen en zou € 195,-, € 350,- en € 595,- bedragen. De basisverzekering bestaat dan alleen nog in de natura variant. Dit betekent dat je zorgkosten alleen vergoed krijgt als je zorgverzekeraar een contract heeft met je zorgaanbieder (ziekenhuis, fysiotherapeut etc.). Het systeem van aanvullende verzekering blijft bestaan, op deze aanvullende verzekering zijn specifieke voorwaarden van toepassing. Wat gaat er dus niet door?

  • De inkomensafhankelijke premie wordt weer geschrapt.
  • Het verdwijnen van de zorgtoeslag wordt teruggedraaid.

De belangrijkste maatregelen uit het woonakkoord

Geschreven door Emiel op . Geplaatst in BV, Eenmanszaak / VOF, Nieuws, Particulier, Starters, Tips voor starters, ZZP-er

De btw op het onderhoud en verbouwen van woningen gaat op 1 maart naar 6 procent. Dat is een van de maatregelen uit het akkoord over de woningmarkt van het kabinet met de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP.

De fracties van de partijen die gisteren een akkoord sloten stemmen allemaal in met de aangepaste plannen. De onderhandelaars werden het gisteren eens met minister Blok en vanochtend stemden VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP daar na een korte vergadering mee in. In de afspraken staat onder meer dat de huren maximaal 6,5 procent stijgen in plaats van 9, dat de verhuurdersheffing voor corporaties kleiner wordt en dat de aflossingstermijn voor nieuwe hypotheken 35 jaar wordt in plaats van 30. Verder hoeven huizenbezitters maar de helft van hun hypotheek af te lossen. De hypotheekrenteaftrek wordt dan wel geleidelijk minder. De belangrijkste maatregelen zijn:

Huren en kopen

  • Een jaarlijkse verhoging van de huur met maximaal 4% boven inflatie (ipv 6,5 % in het Regeerakkoord) voor de inkomensgroep boven 43.000 euro per jaar. Voor de inkomensgroep tussen 33.614 en 43.000 euro wordt het 2 % boven inflatie (ipv 2,5% in het Regeerakkoord). Voor de inkomens tot 33.614 euro gaat de huur met 1,5 % boven inflatie omhoog.
  • De verhuurderheffing die de woningcorporaties zullen moeten afdragen zal langzamer oplopen. Hij bedraagt in 2013 vijftig miljoen en loopt op tot 1.7 miljard in 2017. De heffing kan volgens het kabinet en partijen structureel meer dan volledig en in de komende jaren grotendeels worden betaald uit de opbrengst van de huurverhoging. Corporaties kunnen ook zelf een bijdrage leveren door verkoop van woningen en efficiënter werken.
  • Het volledig en annuïtair aflossen van hypotheken binnen 30 jaar blijft de norm. Wel komt er de mogelijkheid om naast de hypotheek een tweede lening af te sluiten tot 50% van de waarde van de woning en een looptijd van maximaal 35 jaar. Deze tweede lening kan niet worden afgetrokken van de belastingen. Dit betekent dat in de eerste jaren de maandlasten lager uitvallen. Over de gehele periode zijn de kosten echter hoger wanneer de consument voor dit product kiest. Dit leidt niet tot wijziging van de Wet IB 2001.
  • De bijdrage van het Rijk aan de startersleningen wordt in 2013 verhoogd van 20 naar 50 miljoen euro. Daarmee kunnen circa 11.000 startersleningen worden verstrekt.

Bouwen

Het kabinet en D66, CU en SGP gaan de investeringscapaciteit in de bouw stimuleren door:

  • Een BTW-verlaging van 21 naar 6 procent voor verbouwingen en renovatiewerken in de bestaande bouw gedurende een jaar, ingaand 1 maart 2013.
  • Een investeringsfonds van 150 miljoen voor energiebesparende maatregelen in de gebouwde omgeving zowel voor verhuurders als voor eigen woningbezitters. Het fonds wordt aangevuld met middelen uit de markt, zodat het zal verviervoudigen tot 600 mln.

Overige maatregelen

  • Mensen die te maken krijgen met een inkomensdaling, terwijl zij eerder een inkomensafhankelijke huurverhoging hebben gekregen, krijgen recht op huurverlaging. Dit tot het niveau dat zij aan huur zouden hebben moeten betalen als zij geen inkomensafhankelijke huurverhoging zouden hebben gekregen; met een maximum van twee jaar terugwerkende kracht. En tot het niveau van de huurtoeslaggrens als de huurprijs daarboven was gestegen.
  • De privacy van de huurders zal worden gerespecteerd doordat de huurder geen inkomensgegevens aan de verhuurder hoeft te verstrekken, maar de verhuurders van de belastingdienst te horen krijgen in welke inkomenscategorie hij/zij valt.
  • Om de laagste inkomensgroep te ontzien zal het budget voor de huurtoeslag worden verhoogd, zoals in het regeerakkoord aangegeven van 2013 tot en met 2017 in een reeks van 45, naar 135, 225, 315 en 420 miljoen euro.
  • Voor gehandicapten en chronisch zieken met een nader te bepalen indicatie kan via een hardheidsclausule een uitzondering gemaakt worden voor de inkomensafhankelijke huurverhogingen. Kabinet en partijen willen hiermee voorkomen dat er investeringen in aanpassingen van woningen verloren gaan en mantelzorg zou worden ontmoedigd.

VAR wordt vervangen door webmodule

Geschreven door Emiel op . Geplaatst in Eenmanszaak / VOF, Nieuws, Starters, ZZP-er

Staatssecretaris Weekers van Financiën gaat in een brief in op de mogelijkheden voor een eenduidige definitie van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ ers) in alle wetgeving. Het kabinet geeft hieraan invulling door de ontwikkeling van een webmodule waarbij partijen zelf de beoordeling van de arbeidsrelatie kunnen toetsen. De webmodule, die het bestaande proces van de VAR zal vervangen, biedt daarmee transparantie en zekerheid over de uitleg van de Belastingdienst van de jurisprudentie over de kwalificatie van de arbeidsrelatie.

Verder vindt het kabinet gewenst dat de balans tussen de verantwoordelijkheden van opdrachtgever en opdrachtnemer wordt hersteld. De opdrachtgever moet weer verantwoordelijk worden voor een juiste weergave van de feiten en omstandigheden waarop hijzelf doorslaggevende invloed heeft.

Plan van aanpak

Het is noodzakelijk om te waarborgen dat het onderscheid tussen ondernemer en werknemer in de praktijk op een correcte wijze tot uitdrukking komt. Daarom is er een plan van aanpak gemaakt om de handhaving van de huidige VAR te versterken om zo het misbruik en onjuist gebruik daarvan terug te dringen.

Kamer van Koophandel

Het kabinet wil de webmodule plaatsen bij de Kamer van Koophandel. Hierdoor kan inschrijving in het handelsregister en invulling van de webmodule plaatsvinden bij één loket.

Inzetbaar voor alle wetgeving

Het streven is om de webmodule in de loop van 2013 gereed te hebben. De webmodule zal allereerst worden gebruikt als vervanging van de VAR. Deze ziet dan op fiscale- en socialezekerheidswetgeving. In de toekomst is het streven om de webmodule verder te ontwikkelen en te beoordelen of deze inzetbaar kan worden voor alle wetgeving waar de vraag speelt wie zelfstandige is. Op deze wijze wordt dan maximaal invulling gegeven aan de wens te komen tot een eenduidige en transparante uitleg van het begrip zzp’er in alle wetgeving.

Uw eigen woning vanaf 2013

Geschreven door Emiel op . Geplaatst in Nieuws, Particulier

Wat verandert er voor u op financieel gebied?

De belastingregels rond de eigen woning en de hypotheekrenteaftrek gaan in 2013 ingrijpend veranderen. Het wetsvoorstel Belastingplan 2013 is inmiddels door de Tweede Kamer aangenomen. Het Belastingplan is op 18 december 2012 door de Eerste Kamer aangenomen. De onderstaande wijzigingen zullen definitief worden ingevoerd.

Verplicht annuïtair aflossen

De eigenwoningschuld (lening waarover u de hypotheekrente mag aftrekken) moet per 1 januari 2013 binnen 30 jaar minimaal annuïtair worden afgelost. Hiermee wil het kabinet het hypotheekrisico voor individuele huishoudens terugdringen. Met het dalen van de schuld is er minder kans op een restschuld of betalingsproblemen. Dat heeft de volgende consequenties:

  • De hypotheekakte heeft een verplicht annuïtair aflossingsschema.
  • Overeenkomsten die verder gaan dan een annuïtair aflossingsschema, zoals een lineaire aflossing, komen ook in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek.
  • Op het moment van afsluiten ligt de aflossingsverplichting vast. Voldoet een hypotheeklening niet aan de eisen, dan vervalt het recht op hypotheekrenteaftrek.

Overgangsregeling voor bestaande hypotheken

Een annuïtair aflossingsschema is alleen verplicht voor hypotheken die na 1 januari 2013 worden afgesloten. Voor bestaande hypotheken geldt het overgangsrecht en verandert er na 1 januari 2013 in grote lijnen niets. Ook niet als u verhuist of uw hypotheek oversluit. De overgangsregeling geldt als:

  • u op 31 december 2012 in het bezit bent van een woning waarop een hypotheek rust.
  • u in 2012 uw woning heeft verkocht en momenteel huurt. De hypotheekschuld van uw voormalige woning valt onder het overgangsrecht, mits u in 2013 opnieuw een woning koopt.
  • u in 2012 een woning koopt*, ook al is dat voor de eerste keer. U valt dan nog onder de huidige fiscale regels en u bent dan niet verplicht een eigenwoningschuld met annuïtaire aflossing aan te gaan om recht te hebben op hypotheekrenteaftrek.
  • u in 2012 nog onherroepelijk en schriftelijk met een aannemer een verbouwing overeenkomt. Dan valt de daarvoor aangegane schuld nog onder de oude regels, ook als de lening pas in 2013 wordt afgesloten. De verbouwing moet dan wel in 2013 worden afgerond.

* Er is sprake van een gekochte woning in 2012 als u uiterlijk 31 december 2012 een koopovereenkomst bent aangegaan. Die koopovereenkomst mag de gebruikelijke bedingen bevatten zoals een financieringsvoorbehoud en de 3 dagen bedenktijd. Deze bedingen hoeven op 31 december 2012 nog niet verstreken te zijn. Sluit u vervolgens in 2013 een lening af, dan wordt deze lening aangemerkt als een bestaande lening. De lening moet uiterlijk voor 1 januari 2014 zijn afgesloten.

Tip: Als u een financieringsvoorbehoud opneemt, maak dit dan zo specifiek mogelijk. Probeer te onderhandelen over een termijn van 8 weken om de financiering te regelen. Als u een (bank-)spaarhypotheek wilt afsluiten geef dit dan ook specifiek in het voorbehoud aan. Daarnaast kunt u in het voorbehoud de maximale bruto jaarlast en het maximale rentepercentage opnemen. Als u na 1 januari 2013 een duurdere woning koopt of gaat verbouwen aan uw woning en u uw hypotheek verhoogt, dan valt het aanvullende gedeelte van uw financiering wel onder de nieuwe regeling. Dit hypotheekdeel moet u dus minimaal annuïtair aflossen om voor dit gedeelte recht te houden op renteaftrek. In dit geval bestaat uw hypotheek dus uit twee afzonderlijke delen.

 Lening van ouders of buitenlandse lening

De annuïtaire aflossingseisen gelden per 1 januari 2013 ook voor nieuwe: -leningen die in het buitenland zijn gesloten -onderhandse leningen (bijvoorbeeld wanneer kinderen geld lenen van hun ouders voor het kopen van een woning. Of als u geld wilt lenen van uw eigen bedrijf voor de financiering van uw woning)

Voor bestaande buitenlandse leningen en onderhandse leningen geldt de eerdergenoemde overgangsregeling.

Let op: bij een buitenlandse lening of onderhandse lening weet de Belastingdienst niet of u deze daadwerkelijk aflost. Sluit u na 1 januari 2013 een onderhandse lening of een lening in het buitenland af, dan moet u de Belastingdienst informeren over het aflossingsschema. Doet u dit niet, dan heeft u geen recht meer op hypotheekrenteaftrek.

(Bank)spaarhypotheek

Vanaf 1 januari 2013 is het niet meer mogelijk om de volgende hypotheken in belastingbox 1 af te sluiten:

  • bankspaarhypotheek (Spaarrekening Eigen Woning of SEW)
  • spaarhypotheek (Kapitaalverzekering Eigen Woning of KEW)
  • spaarbeleggingshypotheek (Beleggingsrecht Eigen Woning of BEW)

Maar in bepaalde situaties geldt het overgangsrecht:

  1. Als u nu reeds een (gedeeltelijk) aflossingsvrije hypotheek heeft en van plan bent alsnog een bankspaarrekening af te sluiten voor de aflossing. Als u de bestaande aflossingsvrije hypotheek wilt omzetten naar een bankspaarhypotheek, dan moet de hypotheek uiterlijk 31 maart 2013 zijn omgezet. Na deze datum is het voor u niet meer mogelijk om een SEW, KEW of BEW (box 1) af te sluiten.
  2. Als u reeds een lopende box 1 polis of -rekening heeft (SEW, BEW of KEW). Heeft u in 2012 een lopende box 1 KEW, BEW of SEW en koopt u in 2013 een nieuwe woning of sluit u uw hypotheek over naar een andere bank? Dan kan de KEW, BEW of SEW worden voortgezet, waarbij de huidige fiscale spelregels blijven gelden. Ook zal de vrijstelling naar verwachting jaarlijks worden geïndexeerd. Als aanvullende voorwaarde geldt wel dat de premie of inleg niet mag worden verhoogd en de looptijd mag niet worden verlengd. Ook het omzetten van een SEW, BEW of KEW in een andere SEW, BEW of KEW (bijvoorbeeld omdat u wilt sparen in plaats van beleggen) blijft mogelijk.
  3. Als u een lopende box 3 polis of – rekening heeft. Heeft u aan de huidige hypotheek een spaar- of beleggingsproduct gekoppeld die is ondergebracht in box 3 (zoals bijvoorbeeld een beleggingsrekening, beleggingspolis of spaarpolis) dan kunt u deze polis tot 1 april 2013 nog oversluiten naar een KEW, BEW of SEW (box 1). Kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten voor 15 september 1999 behouden hun eigen waardevrijstelling in box 3 van maximaal € 123.428, mits men zich aan de voorwaarden houdt die bij dergelijke verzekeringen van toepassing zijn.
  4. Als u in 2012 een woning koopt. Een bijzondere uitzonderingssituatie ontstaat als u in 2012 een nieuwe woning heeft gekocht (of in 2012 gaat kopen). Belangrijk hierbij is dat er uiterlijk 31 december 2012 tussen koper en verkoper een onherroepelijke koopovereenkomst is getekend (de juridische overdracht bij de notaris mag wel in 2013 plaatsvinden). De gebruikelijke bedingen zoals bedenktijd en financieringsvoorbehoud vormen overigens geen beletsel om in aanmerking te kunnen komen voor deze uitzondering. In deze situatie blijft het voor u toegestaan om in 2013 een nieuwe KEW, BEW en SEW (box 1) af te sluiten waarbij u kunt blijven profiteren van de huidige fiscale regels.

 Verlenging crisismaatregelen

De crisismaatregelen die in 2010 in de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn opgenomen, zijn een jaar verlengd. Deze crisismaatregelen betreffen:

  • de verlenging met een jaar van de termijn van dubbele renteaftrek bij een leeg te koop staande woning en een in aanbouw zijnde woning met een jaar terwijl in een andere eigen woning wordt gewoond.
  • de tijdelijke verhuur van de leeg staande woning op basis van de leegstandswet. De woning valt dan in box 3. Na tijdelijke verhuur kan deze woning binnen de verhuistermijn terugvallen in box 1 en bestaat weer recht op renteaftrek. Gedurende deze hele periode wordt de bijleenregeling niet toegepast. Deze periode is dus maximaal het jaar van leeg in de verkoop zetten plus de 3 daaropvolgende jaren.

Minister Blok van Wonen heeft aangegeven dat deze crisismaatregelen met een jaar worden verlengd. De Tweede Kamer is hiermee akkoord gegaan.

Restschuld

  • De rente over restschulden die zijn ontstaan bij de verkoop van een woning vanaf 29 oktober 2012 is aftrekbaar. De duur van de aftrek is door het kabinet gesteld op 10 jaar. De termijn van 10 jaar geldt voor restschulden die uiterlijk zijn ontstaan op 31 december 2017. Ook de rente over een restschuld die niet minstens annuïtair wordt afgelost, is aftrekbaar.
  • Minister Blok geeft aan uit te zoeken in hoeverre banken weigeren restschulden te financieren.

Betalingsproblemen en aflossen

Sluit u na 1 januari 2013 voor de eerste keer een hypotheek af en lost u vervolgens onvoldoende af, dan kunt u de achterstand in het volgende kalenderjaar inhalen zonder het recht op aftrek te verliezen. Als u aannemelijk kunt maken dat u vanwege betalingsproblemen niet aan het aflossingsschema kon voldoen, kunt u uiterlijk na vier jaar een nieuw aflossingsschema laten vaststellen. Ook dan behoudt u de renteaftrek. Slaagt u er toch niet in voldoende af te lossen, dan beschouwt de Belastingdienst de hypotheeklening niet meer als eigenwoningschuld. U verliest dan het recht op hypotheekrenteaftrek. Eerder afgetrokken rente wordt niet ongedaan gemaakt.

Beperking NHG wordt teruggedraaid

Bestaande spaar- en aflossingsvrije hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) kunnen worden meegenomen naar een volgende woning zonder dat eigenaren worden verplicht de hypotheek annuïtair af te lossen. Ook na 2013 kan NHG tot de mogelijkheden behoren voor bestaande hypotheken, ook als de bestaande hypotheken op dit moment zonder NHG zijn gefinancierd.

Maximum percentage hypotheekrenteaftrek wordt verlaagd

Naast de hierboven genoemde maatregelen is in het regeerakkoord afgesproken dat per 1 januari 2014 het maximale percentage waartegen de hypotheekrente in aftrek kan worden gebracht in 28 jaar wordt verlaagd van 52% naar 38%. De definitieve uitwerking van deze maatregel en van eventuele aanvullende maatregelen zal pas in 2013 gebeuren. Daar is op dit moment nog geen duidelijkheid over.

Schenking in verband met de eigen woning

De leeftijdsgrens van de eenmalig verhoogde vrijstelling voor de schenkbelasting gaat van 18-35 jaar naar 18-40 jaar. De verhoging van deze leeftijdsgrens geldt ook voor een aanvullende schenking ten behoeve van de eigen woning. Indien voor 2010 gebruik is gemaakt van de toen bestaande verhoogde schenkingsvrijstelling, mag als men onder de nieuwe criteria valt, alsnog gebruik worden gemaakt van de extra vrijstelling ten behoeve van de eigen woning